Canon van Zuid-Holland
Zuid-Hollandse buitenplaatsen
17e-18e eeuwSinds de Gouden Eeuw gaven regenten en rijke kooplieden de toon
aan in de steden. Door hun toedoen werden veel steden uitgebreid
met grachtengordels, waaraan fraaie panden verrezen. De
allerrijksten lieten als zomerverblijf ook buitenplaatsen aanleggen
op het platteland. Met name de oude strandwallen vanaf de Maasmond
tot Haarlem waren gewilde locaties. Hier werd een mooie omgeving
gecombineerd met de nabijheid van steden zoals Haarlem, Leiden en
Den Haag. In Wassenaar, Oegstgeest, Voorschoten en Rijswijk waren
tientallen buitens te vinden.
Sommige buitenplaatsen waren internationaal bekend, zoals Huize
Clingendael bij Wassenaar en Hofwijck, het door de diplomaat en
dichter Constantijn Huygens zelf ontworpen buitenhuis in
Voorburg.
Ook de Oranjes lieten buitenplaatsen aanleggen. In 1621 gaf
Stadhouder Frederik Hendrik opdracht tot de bouw van Huis
Honselersdijk, in de buurt van Naaldwijk. Dit imposante complex, in
1815 grotendeels gesloopt, werd ook wel 'klein Versailles' genoemd.
Het illustreerde de internationale oriëntatie en de ambities van de
stadhouders van Oranje-Nassau.
De ontwerpen van de buitenhuizen waren sterkt beïnvloed door de
Franse architectuur, maar gaandeweg ontwikkelde men in onze streken
een eigen bouwstijl: het Hollands Classicisme. Jacob van Campen en
Pieter Post waren hiervan de bekendste vertegenwoordigers. Het door
Van Campen in opdracht van Frederik Hendrik gebouwde Huis Ten
Bosch, is een bekend voorbeeld van deze bouwstijl die werd
gekenmerkt door symmetrie, geometrische verhoudingen en vast
omschreven afmetingen. Huis ten Bosch kwam gereed in het
symbolische jaar 1648, toen de Vrede van Munster een einde aan de
Tachtigjarige Oorlog maakte.
Andere canons:






































.jpg)




.jpg)





