Canon van Zuid-Holland
De komst van het Christendom
690De Angelsaksische monnik Willibrord stak in 690 met een aantal metgezellen de Noordzee over om op het vasteland van Europa het christelijke geloof te verkondigen. Waarschijnlijk zetten zij voet aan wal in het gebied waar nu de Oude Rijn bij Katwijk in zee uitmondt. De Frankische machthebber Pepijn II gaf Willibrord toestemming om zijn missiewerk in dit gebied uit te voeren. Willibrord trok ook door het huidige Zeeland, Brabant en Limburg en in 695 werd hij de eerste bisschop van Utrecht. Volgens een legende zou Willibrord in het huidige Oegstgeest een kerkje hebben gesticht. Dit stond op de plek waar nu het Groene Kerkje of Willibrordskerk staat. Of Willibrord dit werkelijk in eigen persoon heeft gedaan, is niet zeker. Feit is wel dat op deze plek al in de 9e eeuw een kerkje stond. Bovendien werd in een akte uit 1038 van het door Willibrord gestichte klooster van Echternach in Luxemburg de kerk van Kerkwerve (Oegstgeest), naast die van Vlaardingen, als 'moederkerk' aangemerkt.
In vergelijking met de rest van Europa waren kloosters in Zuid-Holland een relatief laat verschijnsel. Het eerste was hier de Abdij van Rijnsburg. Dit nonnenklooster werd in 1133 gesticht door gravin Petronella van Holland, de weduwe van Floris II. Op het platteland zou het aantal kloosters klein blijven, maar in de steden kwamen er geleidelijk aan steeds meer. Zo stond in Dordrecht bijvoorbeeld een Franciscanenklooster. Naast deze reguliere kloosterorden, waarvan de leden uit monniken of nonnen bestonden, kwamen er in de 15e eeuw ook steeds meer lekenorden. De populaire begijnhoven waren bijvoorbeeld in bijna elke Zuid-Hollandse stad te vinden. Landsheer Filips de Goede, hertog van Bourgondië en graaf van Holland (1433-1482), was van mening dat sommige kloosters wel erg machtig werden. Vanaf 1462 was het daarom verboden zonder zijn toestemming nieuwe kloosters te bouwen.
Andere canons:






































.jpg)




.jpg)





