Canon van Zuid-Holland
Priester Hendrik
ca. 1100Het ontstaan van het 'cope landschap'
Priester Hendrik gold rond 1100 als een pionier en deskundige op het gebied van landontginning. Hij was een belangrijke figuur bij 'De Grote Ontginning', die tussen 1000 en 1300 in het Hollands/Utrechtse veengebied plaatsvond. Dit gebied, dat tegenwoordig de kern van het Groene Hart vormt, werd ontgonnen in langgerekte percelen van 1250 x 113 meter, die 'copen' werden genoemd. Deze copen werden door de Graaf van Holland en/of de Bisschop van Utrecht aan kolonisten verkocht (later geleend) opdat deze ze zouden ontginnen. Door zo'n stuk woest land te 'copen' verwierven de kopers zich de status van 'vrije boer'. Door hun inzet ontstond het voor dit gebied zo kenmerkende en tot op de dag van vandaag zeer herkenbare 'cope landschap'.
In 1113 ging Priester Hendrik op verzoek van de aartsbisschop van Bremen en Hamburg naar Noordoost Duitsland, waar hij met een groep 'Hollanders' grote stukken veenwildernis ontgon. Het was de eerste Hollandse landontginning in het buitenland. Beelden van Priester Hendrik in het Duitse Steinkirchen en het Zuid-Hollandse Rijnsaterwoude herinneren aan deze vroege vorm van kennisexport.






































.jpg)




.jpg)





