Canon van Zuid-Holland
Eerste badhuis in Scheveningen
1818De opkomst van het strandtoerisme
In de tweede helft van de 18e eeuw raakte de van oorsprong
Engelse gedachte dat frisse lucht en zeewater goed waren voor de
gezondheid wijdverspreid. Ook in Nederland sloeg dit idee aan,
hoewel relatief laat. Pas in 1818 werd in Scheveningen het eerste
badhuis geopend. Gasten konden zich met een badkoets in zee laten
rijden, om ongestoord te kunnen baden. Speciaal voor de badgasten
werden er in het dorp hotels en gasthuizen geopend. Veel vissers
moesten letterlijk plaatsmaken voor toeristen. Tegelijktertijd
oefenden juist vissersboten en bewoners in traditionele
klederdracht een grote aantrekkingskracht uit op toeristen en
kunstschilders.
Scheveningen ontwikkelde zich tot een populaire badplaats, met als
hoogtepunt de opening van het chique Kurhaus op 11
juni 1885. Een wellicht even bekende voorziening werd de
Scheveningse Pier, waarvan de eerste versie in
1901 door Prins Hendrik werd geopend. Tijdens de Tweede
Wereldoorlog werd deze door de bezetter verwijderd omdat men
vreesde dat de pier een gemakkelijke landingsbaan voor de Engelsen
zou kunnen zijn. Na de oorlog duurde het tot 1961 dat er een
nieuwe, door de Rotterdamse architect Huig Maaskant ontworpen en
door Prins Bernhard geopende pier beschikbaar kwam.
Andere badplaatsen die tot bloei kwamen waren Katwijk en
Noordwijk. Het rustige en kleinschalige Katwijk trok veel
kunstschilders aan. Noordwijk trok een chique internationaal, met
name Duitstalig publiek.
In de 19e eeuw werden badplaatsen vooral bezocht door
welgestelden. Na de Eerste Wereldoorlog werd het toerisme steeds
massaler, maar in de Tweede Wereldoorlog kwam er een abrupt einde
aan. De kust maakte toen onderdeel uit van de Atlantikwall, de
Duitse verdedigingslinie. Na de oorlog bloeide het toerisme weer
op.






































.jpg)




.jpg)





