Canon in de klas www.utrechtsecanons.nl
De Rhijnspoorweg
1843Ontsluiting van de Utrechtse Heuvelrug
In 1825 werd in Engeland de eerste spoorlijn ter wereld geopend. Kort daarop begon ook in Nederland de aanleg van spoorlijnen voor het vervoeren van mensen en goederen. De eerste trein reed in 1839 van Amsterdam naar Haarlem. Utrecht werd een paar jaar later op het spoorwegnet aangesloten. Er kwam een spoorlijn van de haven van Amsterdam via Utrecht en Arnhem naar het Ruhrgebied in Duitsland. Deze spoorweg werd de Rhijnspoorweg genoemd, omdat het traject voor een groot deel de rivier de Rijn volgde.
Vurige, razendsnelle monsters
Tot 1850 reisden mensen en goederen in de provincie Utrecht te
voet, met koetsen over hobbelige zandpaden of per
trekschuit over de rivieren van plaats naar
plaats. Met de komst van de stoomtrein kwam hier verandering
in.
Niet alle bewoners van de provincie Utrecht waren blij met de
nieuwe spoorlijn, zeker niet als het spoortraject dicht langs hun
huis liep. Ze wilden niet dat zo'n 'vurig monster' zich razendsnel
door hun achtertuin zou verplaatsen. De trein was in die tijd een
heel modern en snel vervoermiddel dat veel lawaai maakte.
De trekschuit verliest zijn klanten
Op 6 december 1843 reed de eerste trein van Amsterdam naar
Utrecht. De reis duurde per trein één uur en acht minuten. Met de
trekschuit deed je daar zeven uur over! Geen wonder dat steeds meer
mensen voor de trein kozen. De trein werd steeds populairder, en
dat ging natuurlijk ten koste van de trekschuit, die klanten
verloor. Op 16 mei 1845 werd het tweede deel van het traject - van
Utrecht naar Arnhem - geopend dat van Utrecht via De Bilt,
Zeist-Driebergen, Maarn en Veenendaal naar Arnhem liep.
De 'theetrein' naar de Heuvelrug
Een van de onverwachte gevolgen van deze spoorlijn was de
explosieve groei van de reislust na 1880. In de zomer reisden
'rijke lui' uit Utrecht naar Driebergen om daar bij een
theeschenkerij in de bossen iets te drinken. De trein van Utrecht
naar Driebergen werd zelfs de theetrein genoemd. Na 1900 werd de
trein ook voor gewone mensen betaalbaar, waardoor steeds meer
dagjesmensen naar de bosrijke omgeving van de Utrechtse Heuvelrug
kwamen.
De bereikbaarheid van de Heuvelrug door de komst van de trein
zorgde voor nog een verandering: rijke mensen bouwden er massaal
prachtige zomerhuizen met grote tuinen, die ze
buitenplaatsen noemden. Deze buitenplaatsen
sieren nog altijd deze regio.
Bleekneusjes
Al vanaf 1930 kwamen er voor stadskinderen van arme
ouders vakantiekolonies op de Heuvelrug, vaak door particulieren
opgericht. Een voorbeeld hiervan was het Hudighuis, dat was
opgericht door de rijke Rotterdamse Hudig. De kinderen van
fabrieksarbeiders woonden meestal in arme, onhygiënische
stadswijken. Zij werden bleekneusjes genoemd omdat ze te
weinig frisse lucht kregen en bleek zagen door ondervoeding. Van
buitenspelen in de bossen, in combinatie met een gezonde voeding,
veelal vette pap, knapten de kinderen weer op. De bossen, waar de
vakantiekolonies lagen voor de gezonde lucht, waren door de komst
van de trein ook voor deze mensen nu goed bereikbaar.
Andere canons:




















