Canon in de klas www.utrechtsecanons.nl
De Romeinse Limes
47-ca. 400Op de grens van de Romeinse wereld
Ongeveer 2000 jaar geleden veroverden de Romeinen (uit Italië) vele landen. Daardoor ontstond het grote Romeinse Rijk. Een groot deel van wat nu Nederland is, was toen Romeins. De rivier de Rijn stroomde van vlakbij Nijmegen via Utrecht naar de Noordzee. De Rijn was de noordgrens van het Romeinse Rijk. In het Latijn, de taal van de Romeinen, heet zo'n grens 'Limes'.
Romeinse spullen in de grond
In de provincie Utrecht liep de grens van Wijk bij Duurstede via
Utrecht naar Woerden. Dat weten we omdat
archeologen daar oude Romeinse spullen in de
grond hebben gevonden. Zoals potten en wapens. Een paar jaar
geleden werd in Leidsche Rijn een wachttoren en zelfs een heel
schip opgegraven. Ook zijn er op verschillende plaatsen resten van
wegen gevonden, waaronder grenspaaltjes.
Soldaten bouwen een weg
In de eerste eeuw na Christus bouwden Romeinse soldaten een
belangrijke weg langs hun grens. De romeinen waren heel goed in het
aanleggen in wegen, maar in Nederland verzakte hun weg telkens. Dat
bleek te komen door de slappere bodem. Er zat hier veel water in de
grond, ondermeer door overstromingen van de rivier. Toen keizer
Hadrianus uit Rome op bezoek kwam, was hij dan ook ontevreden over
deze weg. Hij vond dat de weg verstevigd moest worden en dat de
soldaten ook bruggen moesten bouwen. De keizer liet grind en hout
uit Duitsland komen waarmee de soldaten een betere, verharde weg
konden aanleggen. Het grind en hout werd per boot over de Rijn naar
Nederland gebracht. Zo was de Rijn niet alleen een grens maar ook
een belangrijke rivier om materiaal en voorraden over te
vervoeren.
Forten en dorpen om de grens te bewaken
Langs de weg bouwden de Romeinen
forten die ze castella noemden. Deze forten
waren nodig om de grens te bewaken. In de provincie Utrecht stonden
forten in Bunnik, in Utrecht op het Domplein, in Leidsche Rijn en
in Woerden. De soldaten die de grens bewaakten, woonden in
legerkampen rond de forten. In die dorpen waren werkplaatsen,
winkels en natuurlijk een badhuis, want Romeinen vonden het
belangrijk om schoon te zijn. En dat was in die tijd helemaal niet
zo gewoon. Ook de vriendinnen en de kinderen van de soldaten
woonden in deze dorpen. Romeinse soldaten mochten niet trouwen,
want dat mocht pas als ze 25 jaar in het leger hadden gezeten.
Daarna gingen ze met pensioen
en trouwden ze.
Germaanse stammen verslaan Romeinen
De Romeinen bouwden ook wachttorens langs de grens. Zo
konden ze de verschillende
Germaanse stammen, die aan de andere kant van
de grens woonden, goed in de gaten houden. Lange tijd ging het goed
tussen de Romeinen en de Germaanse stammen. De Romeinen brachten
namelijk allerlei nieuwe spullen mee, zoals glas, muntgeld en
geschreven taal (het schrift), maar ook olijfolie, wijn en vissaus.
Daarnaast bouwden ze stenen huizen met vloerverwarming,
viaducten en waterleidingen en ze voerden
belastingen en het schrift in.
Vanaf het jaar 250 werden steeds meer soldaten die in Nederland gelegerd waren door de keizer teruggeroepen omdat ze moesten vechten in andere oorlogen in het rijk. Daardoor werd de grens in Nederland minder goed bewaakt. De Germaanse stammen gingen samenwerken waardoor ze de Romeinen in Nederland (en dus ook in de provincie Utrecht) konden verslaan. De Romeinen trokken zich uiteindelijk terug in Zuid-Europa.
Andere canons:


















