Canon in de klas www.utrechtsecanons.nl
Dit is een gedicht over strafstilstaan dat door een kampgevangene is geschreven.
STRAFSTAAN
't Is nog maar vijf uur in den morgen
We moeten strafstaan gansch Block tien
Van 's morgens vijf tot 's avonds negen
Zoo'n kleine duizend man misschien
Straf … voor een man die wist te vluchten
Het was een knaap uit Amsterdam
't Is ons een raadsel hoe die jongen
Uit dit verbanningsoord ontkwam.
De zon rees hooger aan den hemel
Eerst werd het warm, toen drukkend heet
We fluisterden van koop'ren ploertje
Alsof die goede zon het deed …
Om elf uur tolde d 'eerste neder
Het was een epilepspatiënt
Men droeg hem weg; dank zij een dokter
Mocht hij nog naar een ziekentent.
De honger deed zich ook gevoelen
Maar honger, och dat is niet erg
Maar dorst .. néén dorst, dat is verschrikk'lijk
De huid, de tong, ja been en merg
Het snakt naar water … water .. water
Al was het maar een weinig vocht
We kijken allen naar den hemel
O, dat het nu toch reeg'nen mocht …
Er zijn er nu al twaalf gevallen
Ze liggen kreunend op de grond
Zoo bleek als dooden, zweetend voorhoofd,
Gesloten oogen, open mond
Maar God zij dank komen bewakers
Met emmers water …. toch voor ons?
… Ze gooien 't over de bezwijmden
En lachen wreed, bij elken plons.
Achthonderd hebben 't volgehouden
Om zes uur 's avonds was 't gedaan
Drie uren gratie, want we hadden
De dertien uren goed stilgestaan
We kregen 's avonds brood met koffie
(De Moffen zijn nog niet zo kwaad)
Het had een zeer bijzonder smaakje
Het was de smaak van … diepen haat.
Uit: Anton v.d. Hoef, Mijn Kamp. Gedichten uit het Concentratiekamp Amersfoort 18-19.



















