Canon van Eemland www.utrechtsecanons.nl
Eemnes en de stormvloed
Voor de aanleg van de Afsluitdijk kwam de polder bij Eemnes in de herfst- en wintermaanden vaak een tijdje onder water te staan. Dat is het gebied aan de oostkant van Wakkerendijk en Meentweg, tot aan de Eem. Het gebeurde bij storm uit het noorden, als het water van de Zuiderzee hoog werd opgestuwd. Daarom moesten de doorgangen in de dijk, van de weg naar het hooi- en weiland in de polder, afgesloten zijn van 15 oktober tot in het voorjaar. Die doorgangen werden in deze streek 'mennegaten' genoemd.
Bij de storm in de nacht van 13 op 14 januari 1916 ontstond er aan het einde van de Meentweg (bij huisnummer 125) een gat in de dijk, waardoor het land aan de westkant van de Meentweg onder water liep. Het huis bij het gat werd grotendeels verwoest en een aantal boerderijen achter de dijk van de Meentweg kwam een tijdje in het water te staan. Naar men zegt is het gat in de dijk ontstaan doordat het mennegat op die plaats niet goed was afgesloten.
Doordat militairen uit het kamp in Laren langs de Laarderweg een nooddijk hadden aangelegd, werd het land aan de zuidkant van de Laarderweg niet getroffen door de stormramp. De toenmalige burgemeester, jhr. L. Rutgers van Rozenburg, werd voor zijn ijver bij de hulpverlening onderscheiden met de Watersnoodmedaille.































