Canon van Eemland www.utrechtsecanons.nl
Kamp Amersfoort
1941-1945Gevangenkampen
De Duitse bezetter had overal in Europa grote kampen ingericht om politieke gevangenen en Joden op te sluiten. In Amersfoort werd in 1941 ook een kamp ingericht, een Polizeiliches Durchgangslager aan de Appelweg. Aanvankelijk werd het kamp, een gewezen Nederlands legerkamp, door de Wehrmacht beheerd. Later werd een groep Duitsers hier gelegerd, die werd getraind om een strafkamp te leiden. In augustus 1941 arriveerden de eerste 195 gevangenen uit een opgeheven kamp bij Schoorl. Daar waren ze nog redelijk netjes behandeld, maar hier in Amersfoort werden ze direct fysiek gemolesteerd en sadistisch behandeld. Het kamp Amersfoort zou daar berucht om worden: er was weinig toezicht en de bewakers konden hun gang gaan.
Er werden gedurende de oorlog in Kamp Amersfoort zeker 50.000 mensen gevangen gehouden, waarvan er 35.000 ingeschreven werden. De meeste gevangenen waren mannen, maar er werden ook vrouwen en kinderen vastgehouden. Onder de kampbevolking waren eveneens gijzelaars en geallieerde krijgsgevangenen. Vooral de Russische krijgsgevangenen hadden het zwaar te verduren. Velen van hen werden ter dood gebracht. In het kamp vonden veel (schijn)processen plaats. De doodvonnissen of represaille-executies zijn bij het kamp of op nabijgelegen plaatsen uitgevoerd. Sommige gevangenen werden afgevoerd via Kamp Westerbork naar concentratiekampen in Duitsland. Slechts een enkele keer kwamen er mensen vrij.
Voor de opsluiting van gestrafte gevangenen werd een bunkercomplex gebouwd. Het kamp was omgeven door prikkeldraad en bij de poort was een straf- en verzamelplaats. Door het vele prikkeldraad rondom de strafplaats kreeg die de spotnaam De Rozentuin. Voor de gevangenen werden vijf barakken ingericht. Minimaal drie keer per dag werd appel gehouden en moesten de gevangenen zinloze exercities uitvoeren, waarbij mensen mishandeld en getreiterd werden.
In 1943 werd het kamp korte tijd gesloten om te worden verbouwd en uitgebreid. Steeds meer gevangenen werden naar Amersfoort gestuurd. Die moesten allemaal aan het werk gezet worden. In de omgeving werden bedrijven benaderd om dwangarbeiders op te nemen. In het kamp zelf werden het geweld en de mishandelingen steeds wreder. De enige troost was dat de voedselvoorziening verbeterde, waardoor het gevaar van de hongerdood op de achtergrond verdween. In april 1945 nam het Rode Kruis het kamp over.





























