Canon van Eemland www.utrechtsecanons.nl
Onderduikers
Op 21 november 1944 stortte een geallieerde bommenwerper neer in Eemland. De geredde vliegeniers werden aanvankelijk in Bunschoten en Spakenburg opgevangen, maar de ondergrondse ging snel op zoek naar een geschikt onderduikadres. Piloot John Quinn kon worden ondergebracht bij de katholieke hoofdonderwijzer Morren in Eemnes. Eemnes had al een aantal Joodse onderduikers opgenomen en ook een groepje spoorwegmensen dat na de februaristaking had moeten vluchten. Het was een drukte van belang, want er werden bovendien een aantal evacués uit Arnhem, daarheen gevlucht na de geallieerde landingen, in Eemnes opgevangen.
Morren timmerde op zijn zolder een vals dakbeschot, waar Quinn zich achter kon verstoppen. Zolang er geen onraad dreigde, kon de piloot in en om het huis wat karweitjes doen. Hij werd als een zoon in het gezin opgevangen. Penibel werd de situatie toen in Eemnes een groep Duitse soldaten werd ingekwartierd. Quinn kon nu niet meer naar buiten. In maart 1945 overleed Morren na een kort ziekbed. Tot grote verrassing van de bezetter kwamen na de bevrijding van Eemnes vele onderduikers uit hun schuilplaatsen te voorschijn!































