Canon van Deventer www.canonvanoverijssel.nl
Reacties
Johannes van Vloten
Re: Johannes van Vloten
27 april 2010 door Mw. R.E. van PeschLS,
Met belangstelling las ik in deze canon het verhaal van Johannes van Vlooten. Graag zou ik mijn bescheiden steentje willen bijdragen het verhaal. Als bron heb ik een niet gepubliceerd boekje gebruikt met de titel:
Iets
OVER EEN
Protest te Deventer.
DOOR
A. J. van P e s c h.
Niet in den handel.
In de "toelichting" van dit mijn protest heb ik in zoo
ver van het verhandelde in den Gemeenteraad gebr'uik ge-
maakt, als ik daardoor de voornaamste aanmerkingen,
die men tegen mijn schrijven had, heb 'leeren kennen,
Ik onthoud er mij natuurlijk verder van, op welke wijze
dan ook, te bespreken of te beoordeelen de af keuring,
die de Gemeenteraad over mijn couranten-geschrijf uit-
gesproken heeft.
Het zal, hoop ik, niet ongepast gevonden worden , dat ik een
verslag van de zittingen van den Gemeente-
raad doe volgen door eenige correspondentie-artikels,
aan verschillende dagbladen ontleend. Mijn doel is daar-
mede alleen alles , wat tégen mij gesproken en geschre-
ven is, in één bestek te vereeuwigen.
Om verschillende redenen, geef ik deze brochure niet
in den handel. De voornaamste is, dat nu het ontslag;
aan dr. van Vloten gegeven is, ik mij voor den schijn
van onvruchtbaar napleiten wil wachten.
In de zaak van de het 1867 oneervol ontslag van Johannes van Vlooten werd hij publiekelijk gesteund door mijn bet-overgrootvader de latere Professor Dr. Honoris Causa A.J. van Pesch (1837-1916). Zijn afkeuring in de onverkwikkelijke zaak van Van Vloten haalde zelfs de landelijke pers zoals blijkt uit de volgende melding.
Haarl. Cour. 17 Mei.
Deventer, 12. Mei. De hoogl. van Pesch
alhier heeft in de Deventer•Courant een in scherpe
bewoordingen gesteld protest geplaatst tegen de
handelwijze van den gemeenteraad en van de cura-
toren van het Athenaeum in de zaak van den heer
van Vloten. Hij schrijft omtrent die twee collegien :
"Het' beste paard struikelt wel eens, zegt men;
doch hier is geene sprake van één paard, maar
van twee geheele stallen tegelijk." Naar het
schijnt, vindt deze toon te Deventer niet algemeen
bijval.
Deze bijval aan het adres van Van Vloten werd hem niet in dank afgenomen. Verschillende leden van de gemeenteraad vonden dat hij, die notabene door dezelfde raad net was aangesteld als docent aan de hoogere burgerschool, zich loyaler had moeten opstellen ten opzichte van de raad. Ook deze mening haalde het bij de landelijke pers als volgt.
Dagblad van ’s Gavenhage 19 Mei.
In de zaak van den hoogleeraar van Vloten heeft
zich in zekeren zin een nieuw incident voorgedaan,
doordien zich een verdediger van den hoogleeraar
heeft opgeworpen in den persoon van den heer van
Pesch. De heer van Pesch is docent aan de hoo-
gere burgerschool alhier, is door den raad der ge-
meente als zodanig aangesteld en heeft van dien
Raad, weinige weken geleden, tracternentsverhoo-
ging en den titel van hoogleeraar ontvangen.
Na ettelijke raadsvergaderingen waarbij een dreigend ontslag voor mijn bet-overgrootvader als een zwaard van Damocles bover zijn hoofd zweefde, kwam op 1 juni de raad tot het besluit geen aandacht meer te schenken aan het protest van de heer Van Pesch. In de media verscheen daarop het volgende nieuws.
Dagblad van ’s Gavenhage 4 Juni.
"Heden, 1 Junij, werd in de Raadsvergadering
onzer tegenwoordig. niet gelukkige gemeente de
zaak van den leeraar der hoogere burgerschool van
Pesch ten einde gebragt. Men heeft besloten dien
man aan zich zelven over te laten en het beneden
den Raad te achten verder notitie te nemen van zulk
schrijven als de heer van Pesch zich had veroor-
loofd. Wanneer men in aanmerking neemt, dat
in den Raad niemand opstond om den heer van
Pesch te verdedigen, dat o. a. een man als de heer
Cost Jordens zich op een wijze uitliet, die een
niet ligt uitwischbare smet werpt op den delin-
quent, dat daarbij een groot aantal leerlingen van
de hoogere burgerschool tegenwoordig waren, dan
komt men tot een niet zeer bemoedigend resultaat
ten aanzien van den moreelen invloed, dien een
man als van Pesch voortaan oefenen zal. Men zal
hem prijzen, en zoo alle denkbeeld van eerbied
voor gezag met voeten treden; men zal hem laken,
en zoo zijn perzoon in de leerzalen tot iets onmo-
gelijks maken; of men zal hem, wat wel het meest
te wachten is, uitlagchen. Wel bekome dien man
de hoogere burgerschool te Deventer.













.png)




































